Hoop doet leven
- René den Haan
- 10 sep 2020
- 2 minuten om te lezen
In het behandelen en in de preventie van suïcidaal gedrag is het belangrijk om naast
het bestrijden van gevoelens van hopeloosheid de focus te leggen op hoop door toe
te werken naar een beter en zinvol leven. In dit artikel beschrijven de auteurs hoe er
kan worden gebouwd aan hoop bij suïcidaliteit aan de hand van toepassingen uit de
positieve psychologie, oplossingsgerichte therapie en positieve cognitieve
gedragstherapie.
In de (g)gz komt suïcidaal gedrag vaak voor. Het is de taak van behandelaars om met
cliënten en hun naasten niet alleen de wanhoop te bestrijden, maar ook te bouwen
aan hoop. Hoop betreft het geloof dat de toekomst beter zal zijn dan het heden én dat
je daarop invloed kunt uitoefenen.
In competentiegerichte en autonomie-bevorderende behandelmethoden, zoals de positieve psychologie, oplossingsgerichte therapie en positieve cognitieve gedragstherapie, neemt het bieden van hoop een centrale plaats in. Behandelaars
leggen zo min mogelijk nadruk op falen en problemen en zoveel mogelijk nadruk op
sterke kanten, (eerder) successen en op uitzonderingen (momenten waarop het
probleem zich had kunnen voordoen, maar dat op de een of andere manier niet
deed). Cliënten geven steeds feedback over de voortgang van de behandeling en de
relatie met de behandelaar, waardoor ze gelijkwaardige partners in het
therapieproces worden.
Bouwen aan hoop
Een belangrijke taak in het werken met cliënten met suïcidaal gedrag is het samen
met hen – en hun naasten - bouwen aan hoop (Den Haan & Bannink, 2016, 2017).
Hoop is een van de krachtigste attitudes, emoties, gedachten, overtuigingen en
motiverende factoren. Hoop is van vitaal belang: het houdt ons in leven. We komen
er ’s morgens voor uit bed. Hoop houdt ons op de been, zelfs bij ernstige tegenslagen.
Hoop fluistert: ‘Probeer het nog een keer’ als iedereen zegt: ‘Geef maar op.’
Hoop heeft een sterke relatie met zingeving, omdat we door na te denken over
doelen en de vooruitgang die we boeken het leven als betekenisvol zien. Bakker en
Bannink (2008) en Fiske (2008, p. 17) stelden dat het bieden van hoop in
crisisgesprekken belangrijk is, door cliënten te vragen waarop ze hopen en welk
verschil het voor hen (en hun naasten) zal maken wanneer datgene waarop ze hopen
werkelijkheid wordt.
‘Wanneer we suïcidale cliënten vragen wat er van onze gezamenlijk inspanning
geholpen heeft, dan vertellen ze vaak over het eerste sprankje hoop. Ze hebben
het dan over de ontdekking van ‘voldoende’ hoop om hen te helpen om het
pijnlijke herstelproces ‘uit te zitten’ of iets anders te proberen. Ze vertellen vaak
dat het kleine beetje hoop dat ze zien (zoals een cliënt zei: ‘het licht aan het eind
van de tunnel dat niet van een trein is’) helpt om langer te blijven leven.’
Uit: Suicidepreventie: bouwen aan hoop (den Haan & Bannink, 2017)
Comments